Gebruikstips

We vroegen aan onze leden welke gedragingen je kan vertonen om een goede balans te vinden tussen veiligheid en vlot rijden. Op deze pagina worden hun tips samengevat per thema.

De route

Veiligheid begint met deftige infrastructuur. Ondervind je een probleem op jouw route? Kaart het aan om de situatie te verbeteren en vraag gerust om ons advies.

Volg Google maps of een andere routeplanner niet klakkeloos. Probeer een aantal routes uit. Iets langere routes kunnen aangenamer en/of sneller zijn dan wat je vindt via www.fietssnelwegen.be of Google maps. Vraag advies over de beste route via social media. Zo zijn er bijvoorbeeld Facebook groepen voor een aantal fietssnelwegen: de F3, F1, F212…

Weetje: een route waar je continue kan rijden maar aan lagere snelheid is soms sneller dan een route waar je snel mag rijden maar veel halt moet houden voor verkeerslichten! Staar je dus niet blind op 50 km/u banen bij het uitstippelen van je route.

Regelgeving

Het belangrijkste is je rechten en plichten binnen de wegcode te kennen en er naar te handelen waar mogelijk. Op sommige plaatsen niet mogelijk wegens hiaat in de wegcode/signalisatie? Lijkt de regelgeving je voor een deel van de route te laks of onnodig streng? Kaart het aan om de situatie te verbeteren en vraag gerust om ons advies.

Rijgedrag

ingesteldheid

Je koopt geen speed pedelec om 30 km/u te fietsen in plaats van 25 km/u. Hoe sneller je kan rijden, hoe efficiënter de pendeltijd. En gemiddelde snelheid deur-deur van 30-35 km/u is veelal nodig om de reistijd haalbaar te houden. Wat heb je hiervoor nodig? Een goed traject en een kruissnelheid van 38-45 km/u, al naargelang. Maar het is geen wedstrijd. Tijdsdruk is een slechte reden om snel te rijden. Wees je bewust van je traject en wat er zich 5 tot 50m voor je bevindt zodat je tijdig vaart kan minderen.

algemene indicatoren om snelheid te minderen

  • de route is je onbekend
  • staat van de weg: gladheid, modder, bochtenwerk, overhangend groen…
  • drukte: schoolkinderen, andere fietsers, …
  • slecht zicht: duisternis, zware regen, tegenligger met felle lampen…
  • slechte zijdelingse zichtbaarheid: opritten, hoge hagen, dorpskern, voordeuren, geparkeerde auto’s

zachte weggebruikers inhalen

  • Vertraag als je onvoldoende zijdelingse afstand kan houden en haal dan in aan lage relatieve snelheid.
  • In het algemeen geldt ook: vertraag als je niet zeker bent van de bedoelingen van je voorligger.
    • Een voetganger kan een hond bij hebben die je aanvankelijk niet opmerkt. Ook is het niet steeds duidelijk voor de voetganger naar welke kant van de weg uitgeweken moet worden, terwijl fietsers eerder instinctief rechts zullen aanhouden.
    • Als er een zijweg aankomt kan de fietser voor je onaangekondigd afslaan. Hand uitsteken of pinken is niet verplicht en eerder uitzonderlijk.
    • Kinderen zijn tot hun puberteit (overzicht van cognitieve ontwikkeling in verkeerscontext) volop bezig de vaardigheden te ontwikkelen die noodzakelijk zijn om zich veilig in het verkeer te verplaatsen. Ga er nooit vanuit dat ze op dezelfde lijn zullen blijven bewegen.
    • Let extra op voor bejaarden. Door hun delicater lichaam kan zelfs een zacht treffen zware gevolgen hebben.
  • Gebruik je fietsbel enkel wanneer je aanvoelt dat deze bijdraagt tot een veiliger inhaalmanoeuvre. Denk daarbij ook aan het ‘verschiet effect’ dat een snellere fiets kan veroorzaken bij inhalen van een tragere weggebruiker. In de winter is je belgeluid veelal niet nodig omdat het schijnsel van je voorlicht reeds voldoende aankondiging is.
  • Let op voor tegenliggers bij inhaalmanoeuvres op het fietspad. De afstand tussen tegenligger en voorligger wordt vaak sneller kleiner dan je denkt.

zware weggebruikers inhalen

  • Sneller rijden tussen twee rijstroken of files dan de voertuigen die stoppen of traag rijden in die rijstroken of files, wordt niet als inhalen beschouwd. (bron)
  • Uitzondering: rij ze niet voorbij als ze gestopt zijn aan een oversteekplaats of een oversteek plaats naderen waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten. (bron)
  • Een bus inhalen mag zolang hij rechts pinkt, maar let op voor voetgangers die voor de bus kunnen wandelen!
  • Gebruik je achteruitkijkspiegel

oversteekplaatsen

  • Even een open deur intrappen: hinder geen voetgangers die oversteken en al zeker niet op het zebrapad. (bron)
  • Vertraag als je een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen nadert. Hinder hen niet en stop desnoods om hen te laten doorrijden. (Bron)

Uitrusting

Neem eens een kijkje op de pagina speciaal gewijd aan speed pedelec uitrusting. De belangrijkste uitrusting qua veiligheid staat hieronder opgesomd.

zichtbaarheid

Wees goed zichtbaar. Zie de reglementaire verlichting en de zijdelingse reflectoren als een begin maar niet het eindpunt. Je hoeft er niet uit te zien als een dokwerker in een containerterminal, maar wat fluorescerend materiaal hier en daar kunnen je eigen (zijdelingse) zichtbaarheid voor anderen enorm verhogen. Dit hoeft ook geen hap uit je omkleed tijd te nemen. Je kan bijvoorbeeld kiezen voor een fluorescerende helm, spaakreflectoren, pinklichten. Dingen die vast op je fiets zitten of je sowieso moet aandoen.

bel

Zet naast een toeter ook een gewone bel op je fiets. De toeter komt erg raar over voor andere zachte weggebruikers. Bij een gewoon belsignaal weten ze meteen dat ze een naderende fiets moeten verwachten.

Onderhoud

  • schijfremmen in orde
  • lichten goed afgesteld
  • vizier of bril proper
  • gehoor voldoende vrij (belsignalen, noodsignalen horen)
  • banden op juiste spanning, tijdig vervangen bij slijtage
  • straps van zijtassen goed aangespannen

Varia

  • Ziet de omgeving van je plattelandsweg er anders uit en je kan niet thuisbrengen waarom? Mogelijk is er net een veld geoogst. Hierdoor kan je plots modder en organisch materiaal op je weg vinden. Matig je snelheid indien je geen goed zicht hebt op je wegdek.
  • Rij je op de max. 50 km/u rijbaan met de auto’s, claim dan jouw plaats op deze rijweg. Dit is ietwat rechts van het midden van je baanvak. Rij je teveel aan de zijkant, dan zullen auto’s proberen ‘langs wringen’ en je hierbij al dan niet bedoeld in de goot werken. Probeer te rijden naar de maximumsnelheid van je fiets zodat het snelheidsverschil met het zwaardere verkeer zo klein mogelijk is. Veel automobilisten zullen braaf achter je blijven wanneer je 45 km/u rijdt, maar bij 30-35 km/u ligt dat veelal anders.
  • Rij je over een 70 km/u rijbaan, bijvoorbeeld wanneer er geen fietspad aanwezig is of je niet op dat fietspad mag komen, hou dan uiterst rechts.

Last but not least… Blijf steeds hoffelijk! Van een groet of bedankje is nog nooit iemand slechter geworden. Maar ook: Een automobilist of zwakke weggebruiker die je (onterecht) terechtwijst kan best beantwoord worden door in beleefde dialoog te gaan en uit te leggen waarom je doet wat je doet. Aarzel bij locatiegebaseerde herhaling, intimiderend of ronduit gevaarlijk verkeersgedrag niet hiervan melding te maken bij de plaatselijke politie, maar maak een verstandige keuze van de contact kanalen en gebruik een noodnummer enkel voor noodsituaties.

Ga je niet akkoord met een bepaalde tip of heb je nog extra advies? Neem gerust contact op via de contactpagina!

Op zoek naar coaching?

Wil u binnen uw bedrijf, gemeente of vereniging een workshop organiseren om de nieuwe fietser voorbereid te laten deelnemen aan het dagelijks verkeer?