OPINIE

Nota: In kortere vorm op 20 december 2024 gepubliceerd in De Standaard. Mijn persoonlijke go-to voor degelijke verslaggeving. Zeer verheugd dat ze ons netwerk de kans gaven weerwerk te bieden op de toenmalige tendentieuze verslaggeving in het medialandschap.
Als woordvoerder van Speed Pedelec Vlaanderen heb ik persoonlijke contacten met honderden speed pedelec fietsers. Zowat allemaal werkende pendelaars en meestal ouders. Gewone mensen die zijn overgestapt naar deze fiets uit overwegingen over klimaat, kostprijs, gezondheid en reistijd.
Vooral die kortere reistijd maakt het verschil met een conventioneel rijwiel. Plots wordt pendelen met de fiets een optie, zonder in te boeten op de balans tussen werk en gezin. Inclusieve Belgische wetgeving, fietsvergoedingen, leasing en fietssnelwegen vergemakkelijken de overstap. In minder dan 5 jaar tijd verdwenen 50.000 auto’s uit de spits en werd Vlaanderen op wereldvlak dé groeipool voor snelle fietsen. Er ontstond een nieuwe industrie, met merken van eigen bodem. Hoopgevend in een tijd waarin lokale bus- en autobouwers ten onder gaan. Cruciaal om deze prachtige evolutie verder te koesteren: haalbaar kunnen pendelen en veiligheid, zowel op fietssnelwegen als bij ander typisch fietsgebruik. Denk aan kinderen begeleiden naar school alvorens sneller te schakelen richting werk.
De eend
Tot hun grote frustratie worden deze weldenkende mensen echter afgeschilderd als onbesuisde wegpiraten. Het klopt dat er elk jaar veel nieuwe speedpedelecfietsers bijkomen. Net zoals bij leerling-autobestuurders laat het gebrek aan ervaring zich soms zien. Geef dat tijd. En rotte appels? Ja die zijn er ook, zoals bij elk ander vervoermiddel. Daar kan je geen beleid op baseren. Door populisme gedreven instanties laten hun spierballen rollen en doen uitspraken die enkel voor vrees zorgen over de lange termijn stabiliteit van de betere vervoersoptie.
Antwerpen
“Speed pedelecs horen op de rijbaan!” “Maximum 25km/u op het fietspad!”.
Zowat alle andere centrumsteden
“Zone 30 in de kern.” “Inclusieve omgang met alle lichte vervoersmiddelen.” “STOP principe”
De zwaan
Speed pedelecs zijn geen ‘doodrijders’. Ze dragen nauwelijks bij tot aanrijdingen tussen zwakke weggebruikers onderling. Het overgrote deel van de ongevallen is het gevolg van aanrijdingen door zwaar verkeer en valpartijen zonder tweede partij. Met hun hogere kruissnelheid voelen ze zich nog kwetsbaarder dan andere fietsers. Daardoor zullen ze hoe langer hoe defensiever rijden. Bovendien zijn de fietsen erg veilig, met schijfremmen en goede verlichting.
Vanwaar dan die vijandigheid? Ik zie vier oorzaken.
1. Meer fietsers
Vooreerst zijn er meer fietsers dan vroeger. Tien jaar geleden waren bakfietsouders, senioren op e-bikes en pendelaars op speed pedelec zeldzaam, vandaag zie je ze overal. Meer fietsers, dus ook meer ergernis: brede bakfietsen die je niet kunt inhalen, kinderen waarvan de helm aan het stuur bengelt zodra het ouderlijk huis uit het zicht is verdwenen, jongeren met koptelefoon, onaangenaam snel ingehaald worden door wielertoeristen, ligfietsers, velomobielen en speed pedelecs. Die laatste groep vormt een makkelijk doelwit. Het is het énige type fiets die in de wegcode onder een andere categorie valt en waarvoor een aangepaste behandeling mogelijk is. Hoera, met zijn allen tegen de speed pedelec! Dat een speed pedelec in gebruik geen ‘brommer’ is, maar een uitbreiding van een conventionele fiets, wordt gemakshalve genegeerd.
2. Schaarse openbare ruimte
Meer fietsers, dat vraagt om meer openbare ruimte voor die fietsers. Infrastructuuraanpassingen vragen tijd en geld. Ze hinken achter de evolutie van de vervoersvormen aan. Provinciale ‘fietsregisseurs’ doen hun best, maar hebben te weinig middelen. Fietssnelwegen zijn nog niet volgroeid en maken gebruik van al bestaande, schaarse openbare ruimte. Vandaag voelt een fietssnelweg soms aan alsof de E40 plots stopt aan een spoorwegovergang.
3. Voorruitperspectief
Als een fietspad te druk wordt, moet je meer ruimte voorzien voor die fietsers. In een stedelijke omgeving kan dit alleen ten koste van infrastructuur voor auto’s. Iedereen heeft echter een auto en wil vlot rijden en parkeren. Mezelf inbegrepen. Parkeerplaatsen inruilen voor bredere fietspaden, of rijbanen inrichten als fietsstraten, dat ligt allemaal politiek gevoeliger dan repressief optreden tegen een kleinere groep speed pedelec fietsers of blauwe bordjes ’25’ plaatsen, zoals Antwerpen wil doen. Daarmee pak je het echte probleem niet aan: er is te weinig plaats voor fietsers. Steden als Mechelen en Leuven hebben met succes de knoop al even doorgehakt: doorgaand zwaar verkeer wordt via lussen uit de kern geweerd, de kern is 30km/u voor alle verkeer en men hanteert er het STOP principe, mits eigen accenten.
4. Vreemde eend in de bijt
Tenslotte is een speed pedelec voor de meeste mensen nog iets vreemd. Je kan enkel houden van dingen die je kent. Mensen die ermee pendelen vinden dat de beste beslissing ooit. Het gebeurt niet vaak dat een product zo ingrijpend de levenskwaliteit verbetert. Mensen die deze voeling missen, fixeren op het kentekenplaatje als ware de speed pedelec plots geen fiets meer, maar een ‘indringer’.
Een gebrek aan voeling of visie kan erg nefast uitdraaien. Zo heeft de Nederlandse fietsersbond destijds met succes gelobbied om de speed pedelec naar de rijbaan te verbannen. Gevolg: Voor verplaatsingen op middellange afstand hinkt fietsland Nederland enorm achterop vergeleken met de modal shift cijfers die België kan voorleggen.
Geen ’25km/u’ of ‘verbanning’, wél toekomstgericht beleid
Hoe moeten we omgaan met dat spanningsveld?
- In de eerste plaats moeten we toleranter en hoffelijker leren zijn. Geef alle fietsers ruimte op alle fietsinfrastructuur en verval niet in wederzijdse verwijten.
- Hou mensen verantwoordelijk voor hun rijgedrag en niet voor het type fiets waar ze op zitten. Haal de rotte appels uit de mand, maar gooi de mand niet weg.
- Doe slimme aanpassingen aan de wet, zodat wegbeheerders het maatwerk kunnen leveren waar ze om vragen.
- Hou hierbij rekening met de ingeburgerde snelheidscodering: 30-50-70-90-120. Ergens 25km/u of 45km/u hanteren als snelheidsregime, is niet logisch.
- Stroomlijn en verminder de bordenmassa, zeker als je vertrouwen wil kweken op verkeersbord herkenning bij nieuwe auto’s.
- Vermijd eendheidsworst regelgeving. Het ene fietspad is het andere niet.
- Blijf investeren in fiets infrastructuur en wees geduldig. Zorg voor fietssnelwegen de naam waardig, zodat snelle fietsers niet de mazen in willen duiken voor doorgaand verkeer.
- Gebruik de zone 30 slim. Vandaag moeten snelle fietsers zich houden aan een snelheidsbeperking van 30 kilometer per uur op kaarsrechte, landelijke wegen zonder conflictrisico. Dat verlaagt de gevoeligheid voor zones 30 waar dat snelheidsregime wél nodig is.
Maar vooral: stop met modder gooien. Alleen dan kunnen we dromen van een toekomst waarin 30 procent van de verplaatsingen per fiets gebeurt.
Vincent De Wilde
woordvoerder Speed Pedelec Vlaanderen
One comment