
Het recent gepubliceerde advies 2025 van Speed Pedelec Vlaanderen leidde tot een kwaliteitsvolle uitwisseling van ideeën en vaststellingen met beleidsvoerders en politie, alsook een uitbreiding van ons netwerk. Hierbij kwamen een aantal nieuwe elementen naar boven, die we nu graag toevoegen aan ons advies.
Advies
Laat de speed pedelec bestuurder toe om de meest geschikte plaats op de rijbaan te kiezen, wanneer deze op de rijbaan fietst. Dit in analogie met de bepalingen in de wegcode voor motorfietsen.
Redenering
De wegcode bepaalt dat iedere bestuurder die de rijbaan volgt, zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan moet rijden.
Artikel 9.3.1 van het KB 01.12.1975
Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van die rijbaan blijven, behalve op pleinen of om de aanwijzingen van de verkeersborden F13 en F15 op te volgen.
De bestuurder die de aanwijzingen van de verkeersborden F13 en F15 heeft opgevolgd moet zijn plaats rechts opnieuw innemen zodra de omstandigheden het toelaten.
Behalve indien een gedeelte van de openbare weg voor hem is voorbehouden, moet de bestuurder niet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan rijden op een rotonde.
Hij moet evenwel de markeringen die de rijstroken afbakenen, in acht nemen. In dat geval mag hij de rijstrook volgen die best aan zijn bestemming beantwoordt.
Onder de voertuigen die weinig plaats innemen op de openbare weg, heeft enkel de motorfiets een uitzondering op deze regel door middel van artikel 9.3.2.
Artikel 9.3.2 van het KB 01.12.1975.
In afwijking van de verplichting zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan te blijven, bedoeld in 9.3.1, mag de bestuurder van een motorfiets op een rijbaan die niet verdeeld is in rijstroken zich over de ganse breedte begeven voor zover deze slechts opengesteld is in zijn rijrichting en op de helft van de breedte langs de rechterzijde indien de rijbaan opengesteld is in beide rijrichtingen.
De bestuurder van een motorfiets mag zich op een rijbaan die verdeeld is in rijstroken over de ganse breedte van de rijstrook waarop hij rijdt, begeven. Het is het geheel van het voertuig, de bestuurder, de passagier en de lading die in aanmerking moeten worden genomen om de plaats van de motorfietser te bepalen.
De rijbewegingen door de bestuurder van een motorfiets uitgevoerd op het gedeelte van de rijbaan dat hij mag innemen, worden niet als manoeuvres zoals bedoeld in artikel 12.4 beschouwd en vereisen geen gebruik van de richtingaanwijzers. De bestuurder mag echter niet de inhaalbewegingen hinderen waarmee achterliggers begonnen zijn.
Voor de bestuurder van een speed pedelec geldt deze uitzondering niet. Dit stelt hen echter onnodig bloot aan risico’s:
1 – Zijdelings risico
De rechterrand van de rijbaan is een gevaarlijke plaats voor elke fietser. Je loopt er een hoger risico op ongeval. Denk bijvoorbeeld aan een openslaand portier van een geparkeerde auto.
2 – Risico van te nipt inhalend zwaar verkeer
Op een baan waar de snelheidslimiet 50 km/u is, rijden de auto’s per definitie sneller dan wat je met een speed pedelec kan/mag rijden (45 km/u). De gemiddelde speed pedelec haalt deze snelheid vaker niet dan wel.
Deze situatie zorgt voor frustratie en zelfs agressie bij sommige bestuurders van zwaar gemotoriseerd verkeer (auto, vrachtwagen, bus, en dergelijke). Zij willen de maximaal toegelaten snelheid rijden, waar dit volgens hen mogelijk is. Dit fenomeen komt bij verschillende vervoersmodi voor, en is niet eigen is aan één categorie vervoermiddel.
Het risico dat (ongewild) voortkomt uit artikel 9.3.1: Wanneer de bestuurder van de speed pedelec zo dicht mogelijk bij de rechterrand rijdt, wordt er ruimte/opening gelaten voor de achterligger (bv. auto) om in te halen. Bij een dergelijk inhaalmanoeuvre wordt niet zelden een overtreding begaan op artikel 40 ter.
Artikel 40 ter van het KB 01.12.1975.
De bestuurder van een auto of van een motorfiets mag een fietser of bestuurder van een tweewielige bromfiets die zich op de openbare weg bevindt onder de in dit reglement voorziene voorwaarden niet in gevaar brengen.
Hij moet dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van fietsende kinderen en bejaarden.
Hij moet een zijdelingse afstand van ten minste één meter laten tussen zijn voertuig en de fietser of bestuurder van een tweewielige bromfiets.
Buiten de bebouwde kom bedraagt de zijdelingse afstand ten minste 1,5 meter.
Legaal kader nodig voor huidig veilig gedrag
In de praktijk hebben ervaren speed pedelec bestuurders geleerd de rechterrand van de rijbaan te schuwen. Ze fietsen eerder links op de rechterhelft. Dit om zijdelingse gevaren te voorkomen, alsook een gevaarlijk inhaalmanoeuvre van de achterligger. Geef hen het legaal kader om de meest geschikte plaats op de rijbaan te kiezen, in navolging van de uitzondering voor motorfietsen.